© 2010 Barry

The Classic Column (over klassiekers)

Iedereen die het streven heeft een klassieker voort te brengen zou per direct gevierd, bejubeld en gelauwerd moeten worden. Wie een ‘classic’ aspireert doet een nobele gooi naar de eeuwigheid. Eigenlijk zouden we allemaal klassiekers moeten willen maken. Het is ontwerpen voor de smaak van de volgende generaties. Werken aan datgene wat een duurzame waarde heeft. Wie een klassieker najaagt, wil de wereld iets nalaten om van te houden.


Je komt niet zomaar in de mentale ‘playlist’ van ‘all-time favourites’. Je moet de dikke snaar kunnen raken die een generatie weemoedig doet sidderen. Vaak zijn klassiekers gedeelde nostalgie. Datgene wat tijdgenoten gezamenlijk besloten hebben niet meer te willen vergeten. Het zijn dankbare onderwerpen om dichter langs elkaar heen te kunnen lullen. Een klassieker als resultaat van de
collectieve ‘braintraining’ onder mijn generatiegenoten is bijvoorbeeld Pac-man.

De functionele apparaten van Braun uit de jaren vijftig zijn industriële design klassiekers. Onverwoestbare hoogstandjes van Duitse gründlichkeit. Mijn schoonvader kan uren likkebaardend voor de etalage van wijnhandel ‘Elzinga’ op het Fredriksplein te Amsterdam staan omdat deze behalve dure wijn ook altijd Braun klassiekers etaleert. Als je zelfs nu nog een vijftigjarige Braun Sixtant SM2 tweedehands op de kop tikt, hoef je nooit meer een nieuw scheerapparaat te kopen (je kleinkinderen trouwens ook niet).

Het maken van technologische erfstukken is uiteraard minder aantrekkelijk voor de handel. Geld moet rollen en iedereen moet weer een nieuwe Nokia. De omloopsnelheid van weer nieuwe en weer nieuwere modellen mobieltjes is ondertussen gelijk aan die van warme puddingbroodjes. Puddingbroodjes worden na consumptie tenminste nog mest. Mobieltjes niet. De wereld kreunt ondertussen onder een berg van e-afval.

Onder de mobieltjes wordt tot verveling aan toe de I-phone als klassieker aangehaald. Je kunt geen discussie over creativiteit of innovatie beginnen of iemand heeft het succesnummer van Apple binnen drie seconden in z’n mond genomen of op tafel gelegd. Dat is geen klassieker dat is massahysterie. De volgende die de loftrompet op de I-phone durft op te steken loopt het risico dat ik z’n mobieltje opvreet en er uiteindelijk mest van maak (met goed kauwen en een glas melk erbij moet het lukken).

Wat zou het toch eigenlijk heerlijk zijn wanneer al onze producten letterlijk te consumeren waren. Je buik vol van je ‘Herman Miller-Cradle-to-Cradle-Classic’?  Eet ‘m op! Groepen hongerige daklozen zouden de Blokker kunnen bestormen om alles wat lelijk of overbodig is op te eten. Alleen de prularia waar je niet van gaat kokhalzen mag blijven staan. Wat zonde is om op te eten, dat worden de klassiekers.

Het moet gaan over dat wat moet overleven. Die dingen die we in een raket de ruimte in schieten wanneer de aarde vergaat. In de rampenfilm ‘2012’ was het de Mona Lisa die vacuüm verpakt ‘de ark’ in ging. Ik besefte me dat ik Mona nog nooit in het echt had gezien en het beeld alleen maar ken als reproductie. Geen idee of ik Lisa in het echt de moeite waard zou vinden om af te vuren.

Klassiekers worden vooral aangeleerd. Met persoonlijke affectie heeft het eigenlijk weinig te maken. Met de ‘Canon van Nederland’ probeert het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen ons gemeenschappelijke referentiekader te borgen in de hoop een basis te leggen voor een gedeelde set van waarden. Het is een poging onze klassiekers voor te programmeren. Van hunebed tot euromunt.

Op het moment ben ik bezig met mijn persoonlijke lijst van klassiekers. Ik probeer dat zo kritisch mogelijk te doen en ben alert op voorgeprogrammeerde, gebraintrainde of massahysterieke selectie criteria. Alleen datgene wat me daadwerkelijk raakt, laad ik naar binnen in de denkbeeldige raket in m’n hoofd. Er is nog ruimte zat dus ik sta open voor aanbevelingen.

Als iedereen nou zo’n raket-laad-lijstje maakt dan hoeven we volgende keer niet over de nieuwste I-phone te praten.